Whiskyverslag nummer acht: Nikka Whisky From The Barrel

Masataka Taketsuru.

Vrienden, als bevangen door een nieuwe grote liefde en derhalve (tijdelijk) blind voor allerhande overige gedistilleerde verlokkingen, wijd ik dit verslag andermaal aan een Japanse whisky: Nikka Whisky From The Barrel.

Deze whisky maakt al jaar en dag onderdeel uit van onze whiskyproeverij en alleen dit feit roept al om haar eens nader te beschouwen en te beschrijven. Het is echter ondenkbaar om verder te gaan zonder eerst nader kennis te maken met Masataka Taketsuru, een van de grondleggers van de Japanse whiskycultuur. Schier onmogelijk is het mij de loftrompet niet te laten schallen wanneer ik deze man bespreek; vergeef mij enig overmatig gebruik van superlatieven. Ach laat ik gelijk beginnen; zelfs zijn naam is mooi: Masataka Taketsuru. Zucht.

De jonge onderzoeker

Het is juli 1918 wanneer de dan 24-jarige Masataka vanuit Japan de lange reis via San Francisco en later van New York naar Liverpool de Atlantische oversteek maakt. Niet lang erna vestigt hij zich in Glasgow en schrijft zich in aan de plaatselijke universiteit en tevens aan de 'Royal Technical College'. Realiseert u zich dat dit soort reizen en buitenlandse studies in die tijd uitzonderlijk zijn en zeker voor de zeer gesloten Japanse gemeenschap. Onze held is dan ook niet zomaar op pad gestuurd maar in opdracht van zijn werkgever Kihei Abe die destijds een grote producent was van industrieel alcohol en westers geïnspireerde drankjes.


Masataka, van wie werd verwacht dat hij de sakehandel van de familie zou voortzetten, studeerde chemie maar stapte over op de studie fermentatie aan wat nu de universiteit van Osaka is. Het is in deze tijd dat zijn interesse voor westerse dranken wordt gewekt en hij ontmoet in dezelfde periode Abe die hem in 1917 een baan aanbiedt. Masataka heeft te kennen toegegeven dat hij eerst ervaring wil opdoen in een westers distilleerderij alvorens voor zijn vader te gaan werken en Abe ziet in hem de juiste man om het nodige veldwerk te verzetten. De zakenman in Abe onderkent namelijk al vroeg het commercieel potentieel van de groeiende populariteit van Schotse whisky's en meent dat de Japanse consument binnenkort zijn buik vol heeft van de tot dan in Japan geproduceerde ersatz-whisky. Hij vat het plan op om in Japan whisky te maken naar Schots voorbeeld en zendt onze held uit naar Schotland om whiskyproductie te (be)studeren en het geheim ervan mee terug naar huis te nemen; zogezegd 'to steal the fire'.


Het is inmiddels 1919 als Mastaka van Glasgow naar Elgin afreist om bij J.A. Nettleton in de leer te gaan. Laatsgenoemde had hét standaard naslagwerk 'The Manufacture of Spirit' geschreven en Masataka hoopt dat deze hem niet alleen zal onderwijzen maar hem ook wil helpen bij het vinden van een stageplaats. Helaas kan Masataka de hoge kosten van de studie niet betalen en besluit zelf op goed geluk een aantal distilleerderijen te benaderen teneinde toch een stageplak te vinden.

Reeds bij zijn tweede poging wordt hij uitgenodigd om bij de inmiddels geroemde Longmorn-distilleerderij in de leer te komen en dit bovendien geheel gratis. Hij verblijft er slechts vijf dagen maar wordt door het gastvrije management en medewerkers uitgebreid ingewijd in de geheimen die schuil gaan achter het distilleren van het Schotse levenswater. Verder wordt hem het belang van het gebruik van de juiste (sherry)vaten en de toepassing van karamel bijgebracht.


Masataka wilde ook ervaring opdoen met het produceren van 'grain' whisky en wist zich van een stageplek van twee weken bij de Bo'ness-distilleerderij te verzekeren waar hij met een 'Coffey still' leerde omgaan. Hij vermaakte zich er dusdanig dat hij om een week verlenging van zijn stage vroeg en kreeg deze prompt toegewezen. De extra tijd werd gebruikt om alles te leren over vergisting hetgeen naadloos aansloot op zijn eerdere studie in Japan.

Rita Cowan

Tijdens zijn studie ontmoet Masataka de jonge studente medicijnen Ella Cowan. Zij stelt de Japanse jongeling voor aan haar familie in Kirkintilloch ten noorden van Glasgow waar hij een kamer in het huis van de familie Cowan huurt. In deze periode worden de oudere zus Rita en Masataka verliefd op elkaar en op Kerstdag 1919 vraagt Masataka Rita om haar hand; ze zegt ja. Ondanks grote bezwaren van zowel de ouders van Masataka als de moeder en zusje van Rita trouwt het stel op 8 januari 1920.


Werkgever Abe, die liefst zijn eigen dochter met Masataka getrouwd ziet, reist af naar Schotland om mede in naam van vader en moeder Takestsuru, het huwelijk te laten ontbinden. De liefde echter overwint en alle tegenwerpingen ten spijt kiest het jonge koppel blijvend voor elkaar. Hulde!

Kort na het huwelijk reist het prille stel af naar Campbeltown waar Masataka een langere stageplek van maar liefst vijf maanden in de Hazelburn-distilleerderij weet te bewerkstelligen. Gedurende deze periode houdt hij een gedetailleerd verslag bij; Het 'Report of Apprenticeship: Pot Still Whisky' (in Japan de 'Taketsuru Note') geldt tot heden als de blauwdruk van de Japanse whiskyproductie.


Het is Masataka er alles aan gelegen zijn vrouw gelukkig te maken en hij stelt dan ook voor zich blijvend in Schotland te vestigen. Rita echter weet dat het haar man's grote droom is om juist in Japan whisky te maken en weet haar man te bewegen met haar naar Japan terug te keren om samen zijn droom te verwezenlijken.


De Kotobukiya-jaren

In november 1920 komen zij aan in Japan en kan het avontuur beginnen maar de recessie na de eerste wereldoorlog maakt het niet eenvoudig. De whiskyplannen van het bedrijf dat Masataka naar Schotland had uitgezonden waren door het economisch getij van tafel geveegd. Masataka werd aan het werk gezet om versterkte wijnen en namaakwhisky te produceren. Hij voelde zich hierbij zo ongelukkig dat hij in 1922 ontslag nam bij Settsu Shuzo, het bedrijf van Abe. Via een kennis van Rita vond Masataka werk als scheikundeleraar; dit bracht hem veel meer levensgeluk dan het vervaardigen van namaakwhisky.


In 1923 werden bij de firma Kotobukiya serieuze voorbereidingen getroffen voor de bouw van de eerste echte whiskydistilleerderij in Japan. Eigenaar Shinjiri Torii, oorspronkelijk op zoek naar een Schot om de productie te leiden, kwam via een kennis uit bij een jongeman die enkele jaren geleden het whiskyproductieproces in Schotland had bestudeerd. Torii wist onmiddellijk dat het Masataka Takesturu betrof; hij had hem destijds nog uitgezwaaid! De enige Japanse whiskydeskundige wist zich een mooi contract op te laten tekenen. In het contract liet hij opnemen dat 1) hij zich uitsluitend bezig diende te houden met de productie van whisky 2) alle hiertoe benodigde fondsen door Torii zouden worden gefourneerd 3) het contact een looptijd van 10 jaar had en 4) hij een jaarlijks salaris van 4000 Yen zou ontvangen. Dit was een uitzonderlijk hoog bedrag daar het jaarsalaris van een afgestudeerde aan een universiteit gemiddeld slechts 1000 Yen bedroeg.



Zowel Torii als Masataka reisden door Japan op zoek naar een geschikte locatie. Masataka koos voor Hokkaido vanwege de overeenkomsten met het klimaat en terrein van Schotland. De baas echter koos mede uit economische overwegingen voor Yamazaki. Het benodigde land werd aangekocht en onder leiding van Masataka werd begonnen aan de bouw van de distilleerderij en de aanleg van installatie zelf. Een klein deel van de installatie werd geïmporteerd maar het leeuwendeel inclusief de ketels werden in Japan zelf gefabriceerd aan de hand van Masataka's eerdere Schotse notities. Een jaar later en 2.000.000 Yen verder begon om 11.11 op 11 november 1924 de productie van echte whisky in Japan.


Masataka stuurde een ploeg van 15 medewerkers aan die, op een klerk na, allen van oktober tot mei in dienst van de Yamazaki-distilleerderij waren. De productie liep niet zoals voorzien; er waren problemen met het eesten van het gerst en het beheersen van de temperatuur tijdens de distillatie zelf. Na het eerste seizoen werd Masataka weer naar Schotland uitgezonden om verder onderzoek te doen; zijn vrienden bij Hazelburn waren hem weer ter wille.


Terug bij Yamazaki werkte Masataka door aan het perfectioneren van het gehele productieproces terwijl Torii zich bezig hield met het toezien op de rijping en het huwen van de verschillende reeds gerijpte whisky's. De resultaten vielen tegen en commercieel succes bleef uit. Uiteindelijk werd de productie in de Yamazaki-distilleerderij stopgezet en werd Masataka te werk gesteld als manager van een in 1928 door Kotobukiya aangekochte bierbrouwerij. Op papier was Masataka nog immer distilleerderijmanager maar in werkelijkheid had hij zijn handen vol aan de brouwerij. Feitelijk kan zijn aanstelling in de brouwerij als een demotie worden gezien, echter omdat hij niet eerder in een brouwerij gewerkt had en immer leergierig was, greep hij zijn kans om ook hier zoveel mogelijk kennis op te doen.


De zoon van Shinjiro Torii vertoont eind jaren 20 interesse in de whisky-industrie en Masataka wordt gevraagd hem te begeleiden op een whisky-studiereis naar Scotland. Masataka wordt met de intrede van deze zoon steeds meer op een zijspoor gezet. In 1933 verkoopt Kotobukiya de brouwerij waar Masataka werkt en dit nota bene buiten zijn medeweten. De relationele sfeer tussen werkgever en werknemer moeten een rol hebben gespeeld en met het einde van zijn contract in zicht bereidt Masataka zijn eigen ambitieuze plannen voor.